AVV: de democratische vakbond

Column - De onafhankelijkheid van vakbonden 

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is de laatste tijd bezig geweest met een wetsvoorstel om de onafhankelijkheid van vakbonden te regelen. De reden daarvoor is, dat dit als knelpunt naar voren kwam uit een onderzoek van de afgelopen jaren naar de werking van het cao-stelsel in Nederland.  

Het is duidelijk, dat de onafhankelijkheid van vakbonden essentieel is voor een goede werking van het cao-stelsel. Als een werkgever een cao zou sluiten met een vakbond die door hemzelf aangestuurd wordt, zit hij in feite met zichzelf te onderhandelen. Dat is niet de bedoeling van het cao-stelsel. Je zou kunnen zeggen, dat het zo logisch is dat vakbonden onafhankelijk moeten zijn van werkgevers en overheid, dat je dit niet eens in de wet hoeft op te nemen. Het staat dan ook niet in de Nederlandse wetgeving. Maar het staat wel in ILO-verdrag nr. 98. Nederland heeft dat verdrag ondertekend. De ILO heeft Nederland erop aangesproken dat Nederland dat dan ook wettelijk moet regelen. Dit gaat nu dus ook gebeuren. AVV is hier ook een voorstander van, net zoals vrijwel alle betrokken partijen. Het idee is dan, dat alleen een onafhankelijke vakbond cao’s mag sluiten.  

So far, so good.  

De vraag is wel, hoe dan? Het is lastig hier harde grenzen aan te geven. Stel dat de wet zegt, dat een vakbond pas onafhankelijk is als 20% van de werknemers die onder een bepaalde cao vallen, ook lid zijn bij die bond. Dan kan het overgrote merendeel van de cao’s zo bij het oud vuil, omdat de gemiddelde organisatiegraad al ver onder die 20% ligt. De officiële cijfers geven 15% aan, maar daar is wel wat op af te dingen. Zo kent de Unie een gratis lidmaatschap. Als gratis lid heb je recht op de nieuwsbrief bijvoorbeeld. AVV kent geen gratis lidmaatschap en stuurt de nieuwsbrief ook aan geïnteresseerden die geen lid zijn. Bovendien is die 15% een gemiddelde, daar zitten sectoren bij als de luchtvaart met een veel hogere organisatiegraad, en sectoren als de uitzendbranche met een veel lagere, mogelijk eerder in de sfeer van promille dan van procenten. En dan heb je het ook nog eens over de organisatiegraad van alle bonden afzonderlijk, als je naar één enkele bond kijkt ligt dat dus nog lager. Aan de andere kant, als de wet zou zeggen, je moet minstens 1‰ van de relevante werknemers als lid hebben, is dat bijna lachwekkend. Om die - en andere- redenen heeft het ministerie ervoor gekozen om geen harde grenzen te noemen in het wetsvoorstel.  

Onafhankelijkheid wordt dus een open norm. Daar is ook veel voor te zeggen, omdat een vakbond nu eenmaal naar de aard een vereniging is en de Grondwet vrijheid van vereniging kent. Dat geeft vakbonden dus veel vrijheid om hun reilen en zeilen naar eigen goeddunken in te richten.  

Daarbij komt dat het aantal akkefietjes rondom vakbonden in Nederland redelijk beperkt is.  

FNV heeft vorig jaar een procedure gevoerd tegen vakbond LBV omdat die volgens FNV niet onafhankelijk is. (De rechter heeft dat overigens verworpen omdat nergens in de wet is vastgelegd dat een vakbond onafhankelijk moet zijn.) Voor zover bekend, is dit de eerste keer dat zoiets wordt geëist bij de rechter. Oftewel, het is niet zo’n groot probleem dat er continu rechtszaken over gevoerd worden.  

Artikelen waarin deskundigen vraagtekens zetten bij de onafhankelijkheid van de Unie, hebben niet geleid tot acties van FNV of van het ministerie.  

Overigens roept datzelfde FNV wel eens dat AVV niet voldoende onafhankelijk is. AVV verzet zich daar dan tegen, waarin we steeds weer gelijk krijgen. Zoals bijvoorbeeld bij de uitspraak van de Raad voor de Journalistiek (2021) of in het artikel in ESB over de cao als verdienmodel.

Hoe dan ook, met het wettelijk verankeren van deze logische eis voldoet Nederland weer netjes aan de verplichtingen uit de ILO-verdragen.  

Martin Pikaart 
Voorzitter AVV 

30 september 2026

© 2017 AVV - PrivacyDisclaimer

Verenigingenweb
Cancel